Uittreksel uit de wet van 5/3/2017



"Afdeling 1. - Investeren in opleiding
Onderafdeling 1. - Definities en toepassingsgebied
Art. 9. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
a) formele opleiding : door lesgevers of sprekers ontwikkelde cursussen en stages. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van organisatie van de opleider of opleidingsinstelling. Ze gaan door op een plaats die duidelijk van de werkplek gescheiden is. Ze richten zich tot een groep cursisten en vaak wordt een attest verstrekt dat de opleiding gevolgd werd. Die opleidingen kunnen ontwikkeld en beheerd worden door de onderneming zelf of door een extern organisme;
b) informele opleiding : de opleidingsactiviteiten, andere dan deze bedoeld onder a) die rechtstreeks betrekking hebben op het werk. Deze opleidingen worden gekenmerkt door een hoge graad van zelforganisatie door de individuele leerling of door een groep leerlingen met betrekking tot de tijd, de plaats en de inhoud, een inhoud die gekozen wordt volgens de individuele behoeften van de cursist op de werkplek, en met een rechtstreeks verband met het werk en de werkplek, met inbegrip van deelname aan conferenties of beurzen voor leerdoeleinden;
c) individuele opleidingsrekening : individuele rekening die het opleidingskrediet bevat waarover de werknemer beschikt. De Koning stelt, na het advies van de Nationale Arbeidsraad, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de minimale vermeldingen vast die in deze rekening moeten worden opgenomen en de wijze waarop deze rekening wordt georganiseerd en beheerd;"