; ;

De tussenkomst van de werkgever in de vervoerskosten van en naar het werk wordt bepaald in de cao's van 15/01/2026 en 18/11/2021.

 Afhankelijk van het gebruikte vervoermiddel gelden onderstaande richtlijnen.

Treinverkeer

Bij verplaatsingen met de trein bedraagt de tussenkomst van de werkgever 100 % van de prijs van een treinkaart in 2e klasse voor een standaardabonnement of een flexabonnement, berekend vanaf de eerste kilometer.

Ondernemingen worden aangemoedigd om een derdebetalersregeling met de NMBS af te sluiten. In dat geval neemt de overheid de resterende 20% voor haar rekening, waardoor werknemers gratis met de trein kunnen pendelen.
Voor werkgevers is dit een eenvoudige en fiscaal voordelige manier om het woon-werkverkeer van medewerkers te vergoeden.

               ⇒ lees hier hoe dat precies in zijn werk gaat   

Ander openbaar vervoer

Voor andere vormen van gemeenschappelijk openbaar vervoer (zoals bus, tram of metro) wordt de bijdrage van de werkgever berekend vanaf de vertrekhalte:

  • Wanneer de prijs afstandsgebonden is: de werkgever betaalt een tussenkomst op basis van een forfaitaire tabel met een maximum van 75% van de werkelijke prijs.
  • Wanneer de prijs een eenheidstarief is: de tussenkomst bedraagt 71,8% van de betaalde prijs, met een plafond overeenkomstig een traject van 7 km in de forfaitaire tabel.

Gecombineerd openbaar vervoer

Wanneer een werknemer een combinatie van de trein en één of meerdere andere vormen van openbaar vervoer gebruikt, en hiervoor één enkel vervoerbewijs wordt afgeleverd voor het volledige traject (zonder opsplitsing per vervoermiddel), wordt de werkgeversbijdrage berekend volgens de forfaitaire tabel.

In elk ander geval dat de werknemer meer dan één gemeenschappelijk openbaar vervoermiddel gebruikt, wordt de werkgeversbijdrage per vervoermiddel apart berekend en vervolgens opgeteld.

Fietsvergoeding

Wie regelmatig met de fiets naar het werk rijdt, ontvangt een fietsvergoeding per effectief gereden kilometer.  Op dit moment bedraagt die vergoeding €0,27/km per dag, met een maximum van € 10,8 per dag en voor maximum 40 km heen en terug per dag.

Vanaf 1 oktober 2026 zal die vergoeding opgetrokken worden tot € 0,32 per dag met een maximum van € 12,8 per dag.

De fietsvergoeding is combineerbaar met een tussenkomst in het openbaar vervoer, maar niet met andere vervoersvergoedingen.
Werknemers bevestigen hun fietsgebruik via een ondertekende verklaring. De werkgever kan dit op elk moment verifiëren.

Eigen auto

Wie voor de woon-werkverplaatsing de eigen auto gebruikt over minstens 3 km kan rekenen op een bijdrage van de werkgever gelijk aan 50% van de prijs van een maandtreinkaart (2e klasse) voor een vergelijkbare afstand.
De afstand wordt in onderling overleg vastgelegd; bij betwisting geldt het officiële “Boek der wettelijke afstanden”.
Bedienden van wie de jaarlijkse bruto bezoldiging hoger ligt dan € 36.688 hebben geen recht op een tussenkomst van hun werkgever in de vervoerskosten.

Vanaf 1 januari 2027 zal het bedrag van de jaarlijkse bruto bezoldiging jaarlijks worden geïndexeerd volgens het indexmechanisme dat wordt toegepast op de lonen van pc 200.

Door de onderneming georganiseerd vervoer

Wanneer een werkgever zelf vervoer organiseert (met of zonder financiële tussenkomst van de werknemers), wordt de bijdrage bepaald volgens de principes van deze overeenkomst.

Betaling en bewijs

De tussenkomst in vervoerskosten wordt maandelijks uitbetaald.
Werknemers dienen een ondertekende verklaring in waaruit blijkt welk vervoermiddel regelmatig wordt gebruikt. De werkgever mag steeds controleren of deze informatie klopt.
Bij gebruik van openbaar vervoer gebeurt de terugbetaling op basis van de officiële vervoerbewijzen.